| Wind Het is bijna nooit helemaal windstil. Vrijwel altijd waait het. Maar hoe hard waait het? Voor de meting van de windsnelheid wordt een anemometer gebruikt.
Dit zijn zijn de drie halve bolletjes aan een as die door de wind gaan draaien. Door de opstelling van de bolletjes draait de rotor altijd dezelfde kant op en maakt het ook niet uit van welke kant de wind komt. Hoe harder het waait, hoe hoe
harder het draait. In de anemometer zit een contact dat bij iedere
omwenteling een pulsje geeft. In het weerstation worden de pulsjes geteld.
Hoe hoger het aantal pulsjes per minuut, des te hoger is de windsnelheid.
Aan de bovenkant van de
anemometer zit een windvaan, die gewoon met de wind mee waait. De
hoekverdraaiing wordt door het weerstation gemeten en vertaald in een
windrichting. |