Luchtvochtigheid
In de lucht die ons omringt zit een hoeveelheid verdampt water.
Hoeveel water er in de lucht kan zitten, is afhankelijk van de temperatuur.
Als de temperatuur hoog is kan er veel waterdamp opgenomen worden. Als de
temperatuur laag is, kan de lucht slechts een kleine hoeveelheid waterdamp
bevatten.De mate waarin de lucht verzadigd
is met waterdamp wordt de relatieve lucht vochtigheid genoemd, die wordt
uitgedrukt in procenten. Is de lucht geheel verzadigd met waterdamp, dan
spreken we van 100% relatieve vochtigheid; is de lucht helemaal droog (wat
zelden voorkomt) dan is er sprake van 0% luchtvochtigheid.
Als de temperatuur van de lucht stijgt en de
hoeveelheid aanwezige waterdamp blijft het zelfde, dan zal de relatieve
vochtigheid dalen. Immers verhoudingsgewijs kan er bij een hogere
temperatuur meer vocht in de lucht.
Omgekeerd, als de temperatuur daalt, kan er juist minder water in de lucht
en moet een deel van dat water zelfs in gecondenseerde vorm uit de lucht
worden gewerkt. Dat verschijnsel kennen we allemaal als bijvoorbeeld de
ramen aanslaan, buiten het gras nat wordt in de koude avondlucht, of buiten
de auto's een gecondenseerd dak krijgen. Het dauwpunt
is dan bereikt.
Binnenshuis, waar gestookt wordt, kan de relatieve vochtigheid grote
verschillen vertonen, zeker als er op z'n tijd geventileerd wordt met
buitenlucht. De waarden binnenshuis gemeten, kunnen uiteenlopen van 30% tot
80 a 90%.
Buiten is de weersgesteldheid vaak bepalend voor de hoeveelheid vocht in de
lucht. Mooi weer met zon, geeft weinig vocht in de lucht, regenachtig weer
en dikke bewolking veel meer.
Vroeger hadden veel vrouwen een goed gevoel voor de luchtvochtigheid; zij
moesten immers beoordelen of de was aan de waslijn buiten snel zou drogen.
Met mooi droog, winderig en zonnig weer is de was in een wip droog.
Tegenwoordig is de droogtrommel gewillig, zeker als je op
www.wolderwijdweer.nl kunt zien
dat de luchtvochtigeheid meer dan 70% is.
|